ECLI:NL:GHAMS:2003:AF8489
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Lubbers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verliesverrekening en investeringsbijdragen in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap die handelt in kinderartikelen, leed in 2000 een verlies dat werd verrekend met winsten uit eerdere jaren, waaronder 1997. Over de winst van 1997 was de belasting reeds geheel verrekend met investeringsbijdragen (WIR) uit voorgaande jaren, wat leidde tot volledige teruggaaf van belasting.
De kern van het geschil betrof de vraag of de verliesverrekening van 2000 met de winst van 1997 opnieuw tot een teruggaaf van belasting over 1997 kan leiden. Het hof stelde vast dat volgens de wettelijke samenloopregeling (artikel 23c Wet op de vennootschapsbelasting 1969 juncto artikel 61 lid 4 oud Pro Wet op de inkomstenbelasting 1964) de verrekening van verlies met een eerdere winst geen wijziging brengt in de reeds toegekende vermindering wegens investeringsbijdragen.
Het hof oordeelde dat de vermindering van belasting door investeringsbijdragen wordt omgezet in een vermindering wegens verliesverrekening, waarbij onverrekende investeringsbijdragen worden toegerekend aan het jaar van het verlies (2000). Hierdoor blijft er geen belasting over 1997 verschuldigd, en kan geen nieuwe teruggaaf plaatsvinden. De bestreden beschikking werd dan ook gehandhaafd.
De procedurekosten werden niet aan belanghebbende toegekend. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de beschikking van de inspecteur wordt gehandhaafd.