ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6642
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Onnes
- Rechtspraak.nl
Nietigheid naheffingsaanslagen parkeerbelasting wegens overschrijding kennisgevingstermijn
Belanghebbende werd geconfronteerd met naheffingsaanslagen parkeerbelasting voor parkeren op 18 en 24 juli 1997. De aanslagen werden onder de ruitenwisser van het voertuig geplaatst, waarvan het kenteken op naam van belanghebbende stond. Pas in 2001, ruim drie jaar later, werd belanghebbende via dwangbevelen van deze aanslagen in kennis gesteld en maakte hij bezwaar.
Het hof oordeelt dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende eerder met de aanslagen bekend was. Hierdoor was belanghebbende ontvankelijk in zijn bezwaar. Volgens artikel 11, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is na het verstrijken van drie jaar na het belastbare feit geen bevoegdheid meer om belastingplichtigen aan te merken voor deze naheffingsaanslagen.
Hoewel belanghebbende de materiële juistheid van de aanslagen niet betwistte, leidt de overschrijding van de kennisgevingstermijn tot vernietiging van de aanslagen en de uitspraak van verweerder. De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan op 31 januari 2003 door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen parkeerbelasting worden vernietigd wegens overschrijding van de kennisgevingstermijn.