ECLI:NL:GHAMS:2003:AF5237
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek buitengewone lasten voor huur woning dochter wegens uitgaven in natura
Belanghebbende, een gepensioneerde vader, huurde een middenwoning voor zijn dochter die net gescheiden was en met haar jonge kind in een moeilijke maatschappelijke en psychische situatie verkeerde. De dochter kon zelf geen woning huren vanwege haar financiële positie en de dringende aanbeveling van de Raad voor de Kinderbescherming om zelfstandig te wonen.
Belanghebbende trok de betaalde huurkosten voor 1998 en 1999 af als buitengewone lasten in zijn belastingaangifte. De inspecteur stelde dat de uitgaven niet aftrekbaar waren omdat de woning door belanghebbende zelf was gehuurd en ter beschikking was gesteld aan de dochter, waardoor sprake was van uitgaven in natura.
Het Hof bevestigde dat belanghebbende zich redelijkerwijs gedrongen kon voelen de dochter huisvesting te verschaffen gezien haar situatie. Echter, op grond van de wet en jurisprudentie van de Hoge Raad zijn uitgaven alleen aftrekbaar indien zij in geld zijn gedaan. Omdat belanghebbende de huurovereenkomst zelf sloot en de woning aan de dochter ter beschikking stelde, zijn de uitgaven in natura gedaan en niet aftrekbaar.
Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard. Het Hof wijst erop dat indien de dochter zelf de woning had gehuurd en belanghebbende haar de huur had vergoed, de uitgaven wel aftrekbaar zouden zijn geweest. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat de huuruitgaven in natura zijn gedaan en niet aftrekbaar zijn als buitengewone lasten.