ECLI:NL:GHAMS:2002:AF3717
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Kreijns-Mostermans
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van rente na inbreng maatschapsaandeel in besloten vennootschap
Belanghebbende, een chirurg, trad toe tot een maatschap en financierde zijn toetreding met een lening. Later bracht hij zijn maatschapsaandeel in een besloten vennootschap (B.V.) in. De vraag was of de rente over de lening na deze inbreng nog aftrekbaar was als kosten ter verwerving van inkomen op grond van artikel 35 Wet Pro IB 1964.
De inspecteur stelde dat door de inbreng de oorspronkelijke bron van inkomen was vervreemd en de rente daarom niet langer als aftrekbare kosten kon worden beschouwd, maar als persoonlijke verplichtingenrente. Het hof oordeelde dat de omzetting in een B.V. niet automatisch betekent dat er geen bron van inkomen meer is. Er moet worden beoordeeld of de lening na inbreng nog betrekking heeft op een bron van inkomen.
Het hof concludeerde dat de lening deels kon worden toegerekend aan het aandelenkapitaal en stamrecht, die nog als bronnen van inkomen gelden. Voor dat deel is de rente aftrekbaar. De aanslag werd verminderd en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag en verklaart de rente deels aftrekbaar als kosten ter verwerving van inkomen.