ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2770
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Beukers-Van Dooren
- Rechtspraak.nl
Recht op alleenstaande-oudertoeslag bij verblijf kinderen in huishouden
Belanghebbende, gescheiden en vader van twee kinderen, voerde aan dat zijn kinderen in 1999 van vrijdag halverwege de schooltijd tot maandag halverwege de schooltijd bij hem verbleven, inclusief lunchtijden op maandag en vrijdag. De inspecteur betwistte dit, maar het hof achtte de verklaringen van belanghebbende aannemelijk en concludeerde dat de kinderen ten minste drie dagen per week tot zijn huishouden behoorden.
Het hof hanteerde de jurisprudentie van de Hoge Raad dat ook de tijd die kinderen op school doorbrengen moet worden toegerekend aan het verblijf bij de ouder indien het kind voor en na schooltijd bij diezelfde ouder verblijft. In dit geval bleken de kinderen op maandag en vrijdag bij belanghebbende te lunchen en in het weekend volledig bij hem te verblijven, wat het verblijf intensiever maakte dan bij de voormalige echtgenote.
Gelet hierop werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de aanslag verminderd en werd belanghebbende ingedeeld in tariefgroep 5 met recht op alleenstaande-oudertoeslag en aanvullende toeslag. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
De procedure kende een discussie over de tijdigheid van het beroepschrift, waarbij het hof oordeelde dat het tijdig was ingediend omdat het uiterlijk binnen de wettelijke termijn ter post was bezorgd en binnen een week daarna ter griffie was ontvangen.
De uitspraak werd gedaan op 19 november 2002 door het Gerechtshof Amsterdam, dertiende enkelvoudige belastingkamer.
Uitkomst: Belanghebbende heeft recht op alleenstaande-oudertoeslag omdat zijn kinderen drie dagen per week tot zijn huishouden behoren.