ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2624
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Brouwer
- Milder-Wolbers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemingsvermogen vordering na verkoop kegelbaan en toepassing gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende exploiteerde samen met een partner een kegelbaan die in 1996 werd verkocht, waarna de onderneming werd gestaakt. De koopprijs werd deels ineens en deels in termijnen voldaan, maar de koper stopte na twee maanden met betalen, waarna de vordering in handen van een deurwaarder kwam. Belanghebbende bracht het restant van de vordering ten laste van de stakingswinst in de aangifte.
De inspecteur verhoogde het belastbaar inkomen met de ontvangen betalingen op de vordering, stellende dat deze tot het ondernemingsvermogen behoren. Belanghebbende stelde dat de vordering direct tot haar privévermogen behoorde en dat latere betalingen niet belast waren. Het Hof verwierp dit standpunt omdat een vordering die nooit tot het ondernemingsvermogen behoorde ook niet ten laste van de winst kan worden afgewaardeerd.
Het Hof oordeelde dat bij staking van de onderneming de vordering op de koper, ondanks de dubieuze aard en betalingsproblemen, niet naar het privévermogen overgaat. De ontvangen aflossingen behoren daarom tot de winst uit onderneming. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de inspecteur bij de partner van belanghebbende geen bewust standpunt had ingenomen en navordering zal plaatsvinden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De vordering uit de verkoop van de kegelbaan blijft ondernemingsvermogen en de ontvangen betalingen behoren tot de winst; het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen.