ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2405
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Onnes
- J. Goes
- J. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Ontbinding van aandelenovereenkomst wegens ontvallen grondslag leidt tot uitsluiting uit nalatenschap
Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Amsterdam het geschil behandeld over de vraag of een verkoopovereenkomst van aandelen rechten en verplichtingen bevat die deel uitmaken van de nalatenschap van de erflaatster. De Hoge Raad had geoordeeld dat alleen bij ontbinding of het ontbreken van intentie tot het sluiten van de overeenkomst deze niet tot de nalatenschap behoort.
Het hof stelde vast dat de overdracht van aandelen niet heeft plaatsgevonden en dat noch erflaatster noch belanghebbende bewijs leverden dat zij de overeenkomst na 19 september 1992 nog in stand wilden houden. De grondslag van de overeenkomst, het vergroten van zeggenschap in verband met een dreigende overname, was snel na het sluiten van de overeenkomst komen te vervallen.
Verder concludeerde het hof uit de aangiften en gedragingen van erflaatster dat zij niet heeft gehandeld alsof zij de aandelen had overgedragen, en dat ook belanghebbende geen bewijs leverde van het voortbestaan van de overeenkomst. Hierdoor achtte het hof het aannemelijk dat de overeenkomst stilzwijgend was ontbonden.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en het hof zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing bevestigt dat het ontvallen van de grondslag van een overeenkomst kan leiden tot ontbinding en uitsluiting uit de nalatenschap.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat de overeenkomst stilzwijgend is ontbonden en niet tot de nalatenschap behoort.