ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2190
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag en boete wegens grove schuld zonder opzet bij belastingaangifte
Belanghebbende, firmant in een vennootschap onder firma, werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1996. De inspecteur legde een verhoging van 100% op wegens vermeende opzet bij het niet doen van aangifte, waarvan 50% werd kwijtgescholden. Het geschil betrof de rechtmatigheid van deze verhoging en de mate van schuld.
Het hof oordeelde dat uit de aangifte van de echtgenoot van belanghebbende het winstaandeel van belanghebbende bekend was en dat de Belastingdienst als professionele organisatie alert had moeten zijn. Hierdoor was er geen aanmerkelijke kans dat het inkomen buiten de heffing bleef, zodat opzet niet aannemelijk was. Wel was sprake van grove schuld vanwege onachtzaamheid.
De verhoging werd daarom verminderd tot ƒ 2.800, waarbij een boete van 25% voor grove schuld passend werd geacht, en een boete van 50% voor het deel dat niet bekend was aan de inspecteur. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De verhoging van de navorderingsaanslag wordt verminderd tot ƒ 2.800 wegens grove schuld zonder opzet, met proceskostenvergoeding aan belanghebbende.