ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5668
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens betaalde alimentatie tijdens gemeenschap van goederen
Belanghebbende was gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en leefde vanaf 1997 duurzaam gescheiden van zijn vrouw, die naar het buitenland was verhuisd. In 1998 heeft belanghebbende een bedrag van ƒ 52.113 overgemaakt van een gezamenlijke bankrekening in Nederland naar een rekening op naam van zijn vrouw in het buitenland.
De inspecteur weigerde dit bedrag als aftrekbare alimentatie te erkennen omdat de gemeenschap van goederen nog bestond en de overschrijving volgens hem geen daadwerkelijke betaling aan de vrouw was. Belanghebbende stelde dat hij met deze betaling voldeed aan zijn onderhoudsverplichting, aangezien zijn vrouw feitelijk geen beschikking had over de Nederlandse rekening.
Het hof oordeelde dat de betaling wel degelijk als alimentatie moet worden aangemerkt en dat de overschrijving een persoonlijke verplichting van belanghebbende is die in mindering kan worden gebracht op zijn onzuivere inkomen. De aanslag werd daarom verminderd tot ƒ 51.727. Tevens werden de proceskosten aan belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1998 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 51.727 wegens aftrekbare alimentatiebetalingen.