ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2198
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt woonplaats belanghebbende voor aftrek woon-werkverkeerskosten
Belanghebbende, een militair, was van 29 januari 1996 tot 31 augustus 1996 werkzaam op een kazerne te Q en vanaf 1 september 1996 te R in Duitsland. Hij verbleef doordeweeks op de kazerne en reisde in het weekend naar het huis van zijn ouders te Z, waar hij een eigen kamer had. Belanghebbende stelde dat hij woonachtig was te Z en vorderde aftrek van de werkelijke woon-werkreiskosten.
De inspecteur weigerde deze aftrek en hanteerde een forfaitaire aftrek. Het hof stelde vast dat de verblijfplaats bepalend is voor de aftrek van woon-werkverkeerskosten en dat een ongehuwde meerderjarige belastingplichtige in beginsel verblijf houdt waar hij het grootste deel van dag en nacht doorbrengt. Gezien de korte opleidingsduur in Q en de omstandigheden achtte het hof de verblijfplaats tot 31 augustus 1996 te Z.
Hierdoor kon belanghebbende de werkelijke reiskosten van Z naar Q in aftrek brengen. Het hof vernietigde de beschikking van de inspecteur en gelastte een aanslag op het belastbaar inkomen van €17.851 met verrekening van de ingehouden loonheffing. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat belanghebbende tot 31 augustus 1996 woonachtig was te Z en recht heeft op aftrek van werkelijke woon-werkreiskosten, waardoor de aanslag inkomstenbelasting wordt aangepast.