ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0249
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Bijl
- M.J. Vrouwenvelder
- J. Rijkels
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt bindend karakter vaststellingsovereenkomst over aandelenwaardering
Belanghebbende bezat op 1 januari 1997 een aanmerkelijk belang in aandelen van B Holding B.V. De inspecteur stelde de verkrijgingsprijs van deze aandelen vast op basis van een vaststellingsovereenkomst (compromis) die was gesloten na bezwaar tegen een eerdere beschikking. Belanghebbende wilde de waarde van de aandelen hoger vastgesteld zien dan de door de inspecteur gehanteerde prijs, mede vanwege een werknemersparticipatieplan dat de verhandelbaarheid van de aandelen beperkte.
Het hof onderzocht of de inspecteur gebonden was aan het compromis en of er sprake was van dwaling, een nieuw feit of kwade trouw van belanghebbende. Het hof oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst bindend is, aangezien geen van de partijen zich op geldige gronden kon beroepen om deze te vernietigen. De inspecteur had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het Participatieplan voor hem een dwaling opleverde of dat belanghebbende hem hierover had moeten inlichten.
Ook het beroep op een nieuw feit werd verworpen omdat een geldige vaststellingsovereenkomst niet kan worden herroepen op grond van een nieuw feit. Het beroep op kwade trouw faalde eveneens, omdat belanghebbende niet onredelijk had gehandeld en de vaststellingsovereenkomst niet in strijd was met redelijkheid en billijkheid.
Het hof stelde de verkrijgingsprijs van de aandelen vast op het bedrag zoals overeengekomen in het compromis en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond en stelt de verkrijgingsprijs van de aandelen vast op f. 6.637.268.