Uitspraak
Verkort arrest van het Gerechtshof te Amsterdam
[verdachte],
Het onderzoek van de zaak
De tenlastelegging
Het vonnis waarvan beroep
De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
De bewijslevering
Bespreking van een gevoerd verweer
- verdachte was niet als arts geregistreerd als bedoeld in de Wet van 11 november 1993, houdende regelen inzake Beroepen op het gebied van de Individuele Gezondheidszorg (BIG);
- [slachtoffer] was eind maart 2000 uitgeschreven uit het patiëntenbestand van verdachte;
- op grond van tuchtrechtelijke rechtspraak staat het een arts vrij om na beëindiging van de behandelrelatie, van het professionele contact, een liefdesrelatie te beginnen;
- [slachtoffer] was geëmigreerd naar Nederland en zou geruime tijd daar verblijven. Onder die omstandigheden kan niet worden volgehouden dat verdachte haar huisarts was gebleven;
- [slachtoffer] had een huisarts in Dordrecht, dokter [naam 2].
- Verdachte is omstreeks 1994 de huisarts geworden van [slachtoffer]. Hij heeft haar als arts behandeld onder meer voor een (al dan niet voorgewende) zelfmoordpoging). [slachtoffer] bezocht hem op zijn praktijk maar belde hem ook op. Zij had het nummer van zijn mobiele telefoon.
- In januari 2000 is [slachtoffer] naar Nederland vertrokken om bij haar tante in Dordrecht te gaan wonen. [slachtoffer] heeft verdachte op zijn praktijk van haar voorgenomen vertrek naar Nederland in kennis gesteld.
- Enkele maanden voor haar vertrek naar Nederland heeft [slachtoffer] met de arts met wie verdachte gezamenlijk de praktijk uitoefent, contact gehad in verband met een tweede (al dan niet voorgewende) zelfmoordpoging. Verdachte heeft hiervan kennis genomen bij lezing van de patiëntenkaart toen [slachtoffer] hem voor haar vertrek naar Nederland in zijn praktijk heeft bezocht. Verdachte heeft toen met [slachtoffer] over die gebeurtenis gesproken.
- In de periode van januari tot begin april 2000, toen [slachtoffer] in Nederland was, heeft verdachte vanuit Curaçao een aantal keer met [slachtoffer] in Dordrecht telefonisch contact gehad. Volgens verdachte heeft [slachtoffer] hem doorgaans als eerste benaderd, op momenten dat hij geen gelegenheid had haar te woord te staan, en heeft hij haar, op een enkele uitzondering na waarin hij zelf het initiatief nam, teruggebeld. Verdachte heeft tijdens die telefoongesprekken met [slachtoffer] geïnformeerd naar haar situatie, volgens zijn ter terechtzitting in hoger beroep gegeven toelichting, mede gezien haar medische antecedenten. Hij heeft niet gevraagd aan [slachtoffer] of er een specifieke reden was voor het zoeken van telefonisch contact met hem.
- Enkele dagen voor 8 april 2000 heeft verdachte aan [slachtoffer] telefonisch laten weten dat hij naar Nederland zou komen. Daarna is afgesproken dat verdachte [slachtoffer] in Dordrecht zou ophalen, dat zij naar Amsterdam zouden gaan en samen zouden gaan eten om te praten.