ECLI:NL:GHAMS:2001:AD5080
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen heffingsrente en renteaftrek hypothecaire lening eigen woning
Belanghebbende had in 1997 een hypothecaire lening verhoogd en stelde dat deze verhoging was besteed aan bouwkundige aanpassingen, onderhoud en verbouwingen van zijn eigen woning. Hij claimde renteaftrek over 1998 en betwistte de heffingsrente die de inspecteur in rekening bracht.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd dat de leningverhoging daadwerkelijk was gebruikt voor de eigen woning. De verklaring dat de uitgaven voorafgaand aan 1997 met eigen middelen waren gefinancierd werd niet ondersteund door bewijsstukken. Hierdoor kon de renteaftrek niet worden toegestaan.
Verder werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen omdat de inspecteur terecht uitging van de juistheid van de aangifte en er geen aanwijzingen waren dat de lening voor andere doeleinden was gebruikt. De heffingsrente was volgens het Hof terecht opgelegd en ook de berekening daarvan werd niet betwist.
Proceskosten werden niet toegewezen omdat er geen bijzondere omstandigheden waren. De uitspraak werd op 28 september 2001 door het Hof vastgesteld en ter openbare zitting uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag met heffingsrente wordt bevestigd.