ECLI:NL:GHAMS:2001:AC2697
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Goes
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt toepassing verlaagd tarief op vrijval herbeleggings- en afrondingsreserve bij opheffing fiscale beleggingsinstelling
Belanghebbende, een besloten vennootschap met de status van fiscale beleggingsinstelling, verzocht per 1 januari 1997 haar status op te geven en de vrijval van haar herbeleggings- en afrondingsreserve tegen een tarief van 15% af te rekenen. De inspecteur wees dit verzoek af met het argument dat belanghebbende een incidenteel fiscaal voordeel nastreefde en niet tijdig aan de uitdelingsverplichting had voldaan.
Het Hof oordeelt dat het verzoek terecht is gedaan en dat de wet ruimte biedt voor het verzoek, ook al beoogt het een eenmalig belastingvoordeel. De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat het verzoek enkel was gericht op het behalen van een fiscaal voordeel. Het Hof stelt vast dat het boekjaar niet gesplitst hoeft te worden in twee afzonderlijke boekjaren, maar dat het gehele boekjaar van 15 juni 1996 tot 14 juni 1997 geldt.
Verder oordeelt het Hof dat de vrijval van de herbeleggings- en afrondingsreserve belast moet worden tegen het verlaagde tarief van 15%, conform artikel XII van de Wet van 13 december 1996. De deelnemingsvrijstelling is niet van toepassing op deze vrijval. Ook de Europese richtlijn 90/435/EEG is niet van toepassing omdat er geen grensoverschrijdende situatie is. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten en de aanslag wordt verminderd.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag en bepaalt dat de vrijval van de herbeleggings- en afrondingsreserve belast wordt tegen 15%.