ECLI:NL:GHAMS:2001:AC2601
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale kwalificatie en navordering CDK-spaarbiljetten 1984
Belanghebbende verwierf in 1982 CDK-spaarbiljetten met een nominale waarde van ƒ 10.000 per stuk, uitgegeven door de CDK-Bank. De spaarbiljetten werden verkocht met een disagio en recht gaven op een vergoeding die als rente moest worden beschouwd. Na afloop van de looptijd ontving belanghebbende de hoofdsom.
De inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat de rentevergoeding niet als inkomen was aangegeven. Belanghebbende voerde aan dat er geen nieuw feit was en dat de spaarbiljetten niet belastbaar waren. Het Hof oordeelde dat er wel een nieuw feit was, gebaseerd op een huiszoeking en FIOD-onderzoek, en dat de CDK-spaarbiljetten fiscaal gezien toonderpapieren met disagio zijn.
Het Hof volgde eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad en het Hof Arnhem en stelde vast dat de CDK-Bank wist dat de rente vrijwel direct na uitgifte werd uitbetaald. Hierdoor moest het bedrag als inkomsten uit vermogen worden belast. De navorderingsaanslag werd gehandhaafd, en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1984 wordt gehandhaafd als inkomsten uit vermogen, met proceskostenvergoeding aan belanghebbende.