ECLI:NL:GHAMS:2001:AB0337
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens aftrek buitengewone lasten voor levensonderhoud moeder in Pakistan
Belanghebbende, geboren in 1963, deed aangifte inkomstenbelasting over 1998 met een belastbaar inkomen van ƒ 36.334. Hij voerde een bedrag van ƒ 2.111 op als aftrekbare buitengewone lasten voor levensonderhoud van zijn moeder in Pakistan. De inspecteur weigerde deze aftrek omdat het bedrag niet rechtstreeks aan de moeder was overgemaakt en twijfelde aan haar behoeftigheid.
Belanghebbende overlegde een verklaring van zijn moeder, voorzien van meerdere attestatiestempels van een advocate, en een bankformulier waaruit blijkt dat hij ƒ 2.600 heeft overgemaakt aan zijn broer, bij wie zijn moeder woont. Het hof achtte aannemelijk dat het geld ten goede kwam aan de moeder en dat de verklaring voldoende bewijs leverde van haar behoeftigheid, ondanks het ontbreken van een rechtbankstempel.
Het hof vernietigde de bestreden uitspraak, verminderde de aanslag met ƒ 1.821 (ƒ 2.600 minus drempel ƒ 779) en veroordeelde de Staat tot vergoeding van het griffierecht. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd op 20 februari 2001 gedaan door mr. Dutmer.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1998 wordt verminderd met ƒ 1.821 wegens aftrek van buitengewone lasten voor de behoeftige moeder.