ECLI:NL:GHAMS:2000:AA9490
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Van Loon
- Meussen
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens gebrek aan nieuw feit en kwade trouw belastingplichtige
Belanghebbende werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1992, opgelegd in 1997, gebaseerd op vermoedens van illegale inkomsten uit drugshandel. De inspecteur beriep zich op een nieuw feit en kwade trouw om navordering te rechtvaardigen, terwijl belanghebbende geen primitieve aanslag of aangiftebiljet ontving.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur reeds in 1994 beschikte over het justitieel onderzoeksrapport en daarmee een verzuim beging door geen eerder onderzoek te verrichten. Er was geen sprake van een nieuw feit bij oplegging van de navorderingsaanslag. De omkering van de bewijslast werd verworpen omdat geen aangiftebiljet was uitgereikt. Wel was bewezen dat belanghebbende inkomsten had genoten uit illegale activiteiten, maar niet in de omvang van ƒ 1.000.000 zoals de inspecteur stelde.
Het Hof stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 209.327 zonder verhoging en oordeelde dat de inspecteur geen onrechtmatig bewijs gebruikte. Belanghebbende werd te kwader trouw geoordeeld wegens het opzettelijk onthouden van informatie. De verhoging werd vernietigd wegens strijd met het legaliteitsbeginsel. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van gemaakte kosten rechtsbijstand en proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 209.327 zonder verhoging en de Staat wordt veroordeeld tot schadevergoeding.