ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7989
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Meussen
- Rechtspraak.nl
Herkwalificatie lening als kapitaalverstrekking afgewezen in vennootschapsbelastingzaak
Belanghebbende, een BV actief in vastgoedverhuur en aandeelhouderschap, stelde dat een bedrag van ƒ 200.000 aan I BV een lening betrof. De inspecteur kwalificeerde dit als kapitaalverstrekking en legde een navorderingsaanslag op. Het hof onderzocht of sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde en of de geldverstrekking als lening of kapitaal moest worden aangemerkt.
Het hof oordeelde dat de inspecteur geen ambtelijk verzuim beging door pas na een boekenonderzoek in 1998 nader onderzoek te starten. De geldverstrekking was aanvankelijk mondeling overeengekomen en later schriftelijk vastgelegd. Het ontbreken van een schriftelijke leningsovereenkomst bij aanvang was niet doorslaggevend. Er was onvoldoende bewijs dat sprake was van een schijnlening of deelnemerschap.
De inspecteur slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de lening achtergesteld was of dat het voor belanghebbende duidelijk was dat terugbetaling niet mogelijk was. De afwezigheid van rentebetaling in de eerste jaren was onvoldoende om de lening als kapitaal te kwalificeren. Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de navorderingsaanslag en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd omdat de geldverstrekking als lening moet worden gekwalificeerd.