ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7530
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Schaap
- Rechtspraak.nl
Geen bijtelling privégebruik taxi door vertrouwen in inspectierichtlijnen rittenstaten
Belanghebbende, een taxichauffeur en lid van de Utrechtse Taxicentrale, voerde bezwaar tegen een bijtelling voor privégebruik van zijn taxi in de inkomstenbelasting 1997. De inspecteur had bij de aanslag een bijtelling van 10% van de cataloguswaarde toegepast, terwijl belanghebbende stelde dat hij geen privégebruik maakte en zijn rittenstaten correct had bijgehouden volgens de richtlijnen van de inspecteur.
De inspecteur had in brieven van december 1994 en februari 1995 richtlijnen gegeven over het bijhouden van rittenstaten, waarin werd aangegeven dat begin- en eindstanden per dag en bezette ritten moesten worden genoteerd om privégebruik aan te tonen of te weerleggen. Belanghebbende had deze richtlijnen gevolgd en ook na een aanvullende brief van april 1997 het aantal bezette kilometers per rit vermeld.
Het hof oordeelt dat belanghebbende op grond van de inspectierichtlijnen gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat zijn rittenstaten als bewijs zouden worden aanvaard en dat daardoor de bijtelling privégebruik achterwege moest blijven. De inspecteur had niet voldoende gemotiveerd dat de rittenstaten onvoldoende waren, ook al ontbraken adressen bij sommige ritten. De bijtelling wordt dan ook vernietigd en de aanslag verminderd tot het door belanghebbende opgegeven belastbare inkomen.
Daarnaast veroordeelt het hof de inspecteur in de proceskosten en wijst het griffierecht toe aan belanghebbende. De uitspraak is op 6 oktober 2000 gedaan door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De bijtelling privégebruik taxi vervalt omdat belanghebbende mocht vertrouwen op de inspectierichtlijnen voor rittenstaten.