ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8008
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijl
- Boersma
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Waardering zelfbewoonde woning bij overgang naar privé-vermogen in belastingzaken
Belanghebbende, een ondernemer die samen met zijn echtgenote een winkelpand met woonruimte exploiteerde, staakte zijn onderneming en bracht het pand over naar het privé-vermogen. De discussie betrof de juiste waardering van het pand bij deze overgang. De inspecteur had de waarde vastgesteld op de getaxeerde onderhandse verkoopwaarde van 228.500 gulden, terwijl belanghebbende een lagere waardering van 137.100 gulden aanvoerde, gebaseerd op 60% van de getaxeerde waarde.
Het hof stelde vast dat de zelfbewoning een waardedrukkende factor kan zijn, conform jurisprudentie van de Hoge Raad, maar dat een vast percentage van 60% niet zonder meer toepasbaar is. De inspecteur had een waardedrukkende factor van 40% niet voldoende onderbouwd, maar ook de volledige getaxeerde waarde was niet maatgevend gezien de persoonlijke situatie en het feit dat bewoners doorgaans bereid zijn meer te betalen dan beleggers.
Het hof concludeerde dat de waarde in het economische verkeer van het pand op 155.000 gulden moet worden vastgesteld, rekening houdend met de beleggingswaarde, persoonlijke omstandigheden en aankoopkosten. Hierdoor werd de aanslag verminderd en werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard en de aanslag verlaagd tot een belastbaar inkomen van 44.633 gulden.
Uitkomst: De aanslag werd verminderd door het pand te waarderen op 155.000 gulden rekening houdend met zelfbewoning en persoonlijke omstandigheden.