ECLI:NL:GHAMS:1998:AA3792
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in zaak georganiseerde hasjhandel met kroongetuigenovereenkomsten
In deze strafzaak stond de deelname van verdachte aan een criminele organisatie die zich bezighield met grootschalige internationale handel in hasj centraal. Het openbaar ministerie baseerde zich op belastende verklaringen van twee medeverdachten die in ruil voor straffeloosheid en andere voordelen verklaringen aflegden. De verdediging voerde aan dat deze overeenkomsten onrechtmatig waren en dat de verklaringen niet bruikbaar waren.
Het hof heeft uitgebreid onderzocht of de overeenkomsten met de kroongetuigen rechtmatig waren, of deze het recht op een eerlijk proces schonden, en of de verklaringen betrouwbaar en bruikbaar waren. Het hof concludeerde dat hoewel een toezegging aan een getuige onrechtmatig was, dit niet leidde tot bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkheid. De verklaringen werden als betrouwbaar en geloofwaardig beoordeeld.
Op basis van deze verklaringen en aanvullend bewijs werd verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar en zes maanden en een geldboete van één miljoen gulden. Het hof matigde de straf ten opzichte van de eis vanwege de bijzondere omstandigheden van het proces, waaronder de media-aandacht en de voorlopige hechtenis in een extra beveiligde inrichting.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar en zes maanden gevangenisstraf en een geldboete van één miljoen gulden.