ECLI:NL:RBBRE:2004:AO4844
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Poerink
- Cooijmans
- Gratama
- Rechtspraak.nl
Erkenning concurrente vordering in faillissement Femis Bank (Anguilla) Ltd.
De Ontvanger van de Belastingdienst vordert dat de curatoren in het faillissement van Femis Bank (Anguilla) Ltd. de vordering van [V.] erkennen als concurrente vordering tot ten hoogste het bedrag waarvoor executoriaal derdenbeslag is gelegd. De curatoren betwisten deze vordering en stellen dat de Ontvanger niet rechtmatig in het bezit is gekomen van de beslagen passen en bewijs van inschrijving (BVI's).
De rechtbank overweegt dat de procedure als een renvooiprocedure moet worden beschouwd en dat de vervaltermijn van artikel 477a Rv niet van toepassing is. Uit de feiten blijkt dat de Ontvanger rechtmatig in het bezit is gekomen van de passen en BVI's, onder meer omdat de FIOD de verklaring derdenbeslag op redelijke gronden heeft afgegeven. Verder is vastgesteld dat niemand anders zich als rechthebbende heeft gemeld en dat de curatoren onvoldoende feiten hebben gesteld om het tegendeel te bewijzen.
De rechtbank oordeelt dat het nummerrekeningsysteem van Femis inhoudt dat het enkele vertoon van de telefooncode, passen en BVI's voldoende bewijs is voor erkenning van de vordering. De curatoren hebben geen gegronde reden om de erkenning te weigeren. De vordering wordt daarom toegewezen, maar de uitvoerbaar bij voorraad verklaring wordt niet toegekend omdat de verzetprocedure nog loopt. De curatoren worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de curatoren tot erkenning van de vordering van de Ontvanger als concurrente vordering in het faillissement van Femis Bank (Anguilla) Ltd.