ECLI:NL:CRVB:2026:972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na een eerdere beëindiging per 4 juli 2021 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde de uitkering omdat er geen sprake was van toegenomen beperkingen uit dezelfde oorzaak binnen vijf jaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen niet waren toegenomen.
Appellante voerde aan dat haar pijn- en psychische klachten waren toegenomen en dat het UWV haar overgangsklachten onvoldoende had meegewogen. De Centrale Raad van Beroep volgde dit niet en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische beoordeling juist en zorgvuldig was. Er was geen objectieve medische informatie die een toename van beperkingen aantoonde.
De Raad wees het verzoek om een deskundige te raadplegen af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Hierdoor blijft de weigering van de WIA-uitkering in stand en krijgt appellante geen vergoeding voor proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellante een WIA-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen.