ECLI:NL:CRVB:2026:96
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen op 29 november 2022
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op grond van haar medische situatie, waaronder autisme en andere aandoeningen. Het UWV heeft na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek geconcludeerd dat zij arbeidsvermogen heeft en daarom geen recht heeft op de uitkering.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellante tegen deze beslissing ongegrond verklaard, waarbij is geoordeeld dat het onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat appellante ten minste vier uur per dag belastbaar is. Appellante voerde aan dat haar verhoogde recuperatiebehoefte onvoldoende werd meegewogen en dat zij het werk bij een dierenasiel niet kon volhouden, wat volgens haar wijst op een lagere belastbaarheid.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en het oordeel van de rechtbank onderschreven. De Raad stelt dat de medische beoordeling juist is uitgevoerd en dat de door appellante aangevoerde argumenten onvoldoende onderbouwing bieden om het standpunt van het UWV te wijzigen. De Raad bevestigt dat appellante op de peildatum over arbeidsvermogen beschikte en daarom niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt. Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante op 29 november 2022 over arbeidsvermogen beschikte en wijst het hoger beroep af, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft.