ECLI:NL:CRVB:2026:950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens ontbreken noodzakelijkheid verhuizing
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuiskosten en inrichtingskosten vanwege een verhuizing die voortkwam uit herstelwerkzaamheden aan haar huurwoning met stank- en schimmelproblemen. De verhuurder bood tijdelijke alternatieven aan, maar appellante wilde verhuizen vanwege haar zwangerschap en vreesde dat de reparatie geen blijvende oplossing zou bieden.
Het college wees de aanvraag af omdat de verhuizing niet noodzakelijk was; de reparatie zou enkele weken voor de uitgerekende datum van de bevalling klaar zijn, waardoor appellante slechts kort tijdens het einde van de zwangerschap elders zou verblijven. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de kosten niet als noodzakelijk konden worden beschouwd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de timing van de werkzaamheden en haar vrees voor een niet-duurzame oplossing de verhuizing noodzakelijk maakten. De Raad volgde dit niet en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat geen sprake was van noodzakelijke kosten. Hierdoor bleef de afwijzing van de bijzondere bijstand in stand en kreeg appellante geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt bevestigd omdat de verhuizing niet noodzakelijk was.