ECLI:NL:CRVB:2026:901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks medische beperkingen
Appellant was sinds september 2021 ziekgemeld en ontving een Ziektewetuitkering. Na een medische en arbeidskundige beoordeling stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen in passende functies, waarop de ZW-uitkering per 12 augustus 2023 werd beëindigd.
Appellant voerde aan dat hij door medische beperkingen, waaronder rug-, nek- en psychische klachten, niet in staat was de geselecteerde functies te verrichten en dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat de schending van de hoorplicht niet tot benadeling had geleid en dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende was.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. Er is geen nieuwe medische informatie die het oordeel aantast, de medische beoordeling is zorgvuldig en de arbeidsdeskundige heeft de belastbaarheid van appellant passend beoordeeld. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige wordt afgewezen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand omdat appellant meer dan 65% van zijn oude loon kan verdienen in passende functies.