Uitspraak
8 mei 2025, 24/2861 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
17 mei 2025 en geëindigd is op 28 juni 2025.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake AOW, maar het beroepschrift is niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na bekendmaking van de uitspraak ingediend.
De Raad heeft appellant bij brief vrijstelling verleend voor het griffierecht en de zaak zonder zitting behandeld. De termijn begon te lopen op 17 mei 2025 en eindigde op 28 juni 2025. Het beroepschrift werd pas op 27 oktober 2025 ontvangen, ruim na afloop van de termijn.
Appellant heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding kunnen rechtvaardigen. De Raad concludeert daarom dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en wijst het beroep af zonder inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening zonder verschoonbare omstandigheden.