ECLI:NL:CRVB:2026:862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellant heeft zich ziekgemeld in 2007 en verzocht in 2010 om een WIA-uitkering, die door het UWV werd geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na een verzoek in 2021 om terug te komen op dit besluit, ondersteund door een psychodiagnostisch rapport, wees het UWV dit verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidsdeskundige passende functies had geselecteerd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er sprake was van nieuwe feiten, waaronder een licht verstandelijke beperking, toegenomen psychische klachten en intensieve begeleiding, en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was.
De Raad volgde appellant niet en bevestigde dat de beperkingen sinds 2009 niet waren toegenomen, zoals ook door de verzekeringsarts bezwaar en beroep was gemotiveerd. Er was geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijk deskundige. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellant een WIA-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen.