ECLI:NL:CRVB:2026:856
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering terecht wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig kok, ontving sinds april 2021 een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 66,46%. Na een herbeoordeling in 2023 stelde het UWV vast dat appellant slechts 23,81% arbeidsongeschikt was en beëindigde de WIA-uitkering per 23 februari 2024. Appellant maakte bezwaar en beroep, maar het UWV handhaafde het besluit na aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de artsen van het UWV hun oordeel begrijpelijk en concreet hadden gemotiveerd en appellant geen nieuwe medische stukken had overgelegd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen groter waren dan vastgesteld, maar bracht geen nieuwe medische informatie in.
De Raad concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, inclusief lichamelijk onderzoek en dossierstudie, en dat de arbeidskundige beoordeling juist is. Het hoger beroep wordt verworpen, de beëindiging van de WIA-uitkering blijft in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De WIA-uitkering van appellant is terecht beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.