ECLI:NL:CRVB:2026:850
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing AOW-aanvraag wegens ontbreken verzekering en huwelijkse tijdvakken
Appellante, geboren in 1957, heeft in november 2023 een AOW-pensioen aangevraagd. Haar echtgenoot, geboren in 1932, was verzekerd voor de AOW tot zijn overlijden in 2022. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellante niet verzekerd was geweest en niet voldeed aan de voorwaarden voor huwelijkse tijdvakken.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van de Svb. Appellante stelde dat zij recht had op AOW omdat haar echtgenoot een AOW-pensioen ontving en verwees naar haar financiële situatie. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet in Nederland heeft gewoond of gewerkt en ook niet op andere gronden verzekerd was. Bovendien was zij gehuwd nadat de verzekering van haar echtgenoot was geëindigd, waardoor geen recht op huwelijkse tijdvakken bestaat.
Het hoger beroep werd verworpen en het bestreden besluit bleef in stand. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door A. Hoogenboom op 18 juni 2026.
Uitkomst: De afwijzing van de AOW-aanvraag wordt bevestigd omdat appellante niet verzekerd was en geen recht heeft op huwelijkse tijdvakken.