ECLI:NL:CRVB:2026:850

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
25/835 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 AOWArt. 6a AOWArt. 13 AOWArt. 21 Algemeen Verdrag sociale zekerheid Nederland-Marokko
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing AOW-aanvraag wegens ontbreken verzekering en huwelijkse tijdvakken

Appellante, geboren in 1957, heeft in november 2023 een AOW-pensioen aangevraagd. Haar echtgenoot, geboren in 1932, was verzekerd voor de AOW tot zijn overlijden in 2022. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellante niet verzekerd was geweest en niet voldeed aan de voorwaarden voor huwelijkse tijdvakken.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van de Svb. Appellante stelde dat zij recht had op AOW omdat haar echtgenoot een AOW-pensioen ontving en verwees naar haar financiële situatie. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet in Nederland heeft gewoond of gewerkt en ook niet op andere gronden verzekerd was. Bovendien was zij gehuwd nadat de verzekering van haar echtgenoot was geëindigd, waardoor geen recht op huwelijkse tijdvakken bestaat.

Het hoger beroep werd verworpen en het bestreden besluit bleef in stand. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door A. Hoogenboom op 18 juni 2026.

Uitkomst: De afwijzing van de AOW-aanvraag wordt bevestigd omdat appellante niet verzekerd was en geen recht heeft op huwelijkse tijdvakken.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
25/835 AOW
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 januari 2025, 24/5109 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 18 juni 2026

SAMENVATTING

In deze uitspraak oordeelt de Raad dat de AOW-aanvraag terecht is afgewezen omdat appellante niet verzekerd is geweest. Appellante heeft niet in Nederland gewerkt of gewoond en zij is ook niet op een andere (zelfstandige) grond verzekerd geweest voor de AOW. Zij heeft ook geen recht op huwelijkse tijdvakken op grond van het NMV. Zij is gehuwd nadat de verzekering van haar echtgenoot al was geëindigd. Het hoger beroep slaagt dus niet.

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Appellante heeft een nader stuk ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 7 mei 2026. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Pinar.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellante, geboren in 1957, is op [datum 1] 2013 getrouwd met [naam echtgenoot] , geboren in 1932. Haar echtgenoot heeft in 1997 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en is voor de AOW [1] verzekerd geweest. Op [datum 2] 2022 is de echtgenoot overleden. Appellante heeft in november 2023 een AOW-pensioen aangevraagd.
1.2.
Met een besluit van 3 juni 2024 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Het bezwaar hiertegen is met een besluit van 30 juli 2024 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Volgens de rechtbank is appellante niet verzekerd geweest voor de AOW. Ook voldoet appellante niet aan de vereisten om in aanmerking te komen voor verzekering op grond van de huwelijkse tijdvakken.
Het standpunt van appellante
3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellante vindt zij recht heeft op een AOW-pensioen omdat haar echtgenoot een AOW-pensioen ontving. Zij bevindt zich in een moeilijke financiële situatie.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de weigering van een AOW-pensioen in stand heeft gelaten. De Raad doet dit aan de hand van wat appellant in hoger heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
Tussen partijen is in geschil of de rechtbank terecht heeft geconcludeerd dat appellante geen recht heeft op een AOW-pensioen, omdat zij niet verzekerd is geweest voor de AOW.
4.2.
Appellante heeft nooit in Nederland gewoond of gewerkt en is ook niet op een andere (zelfstandige) grond verzekerd geweest voor de AOW. Ook met toepassing van het NMV [2] heeft appellante geen recht op een AOW-pensioen. Appellante kan geen aanspraak maken op huwelijkse tijdvakken omdat daarvoor onder andere vereist is dat appellante gehuwd was met haar echtgenoot toen hij nog verzekerd was onder de AOW. De verzekering van de echtgenoot was echter al geëindigd voordat appellante in het huwelijk trad met haar echtgenoot. Dat appellante zich in een financieel slechte situatie bevindt, maakt niet dat haar om die reden een AOW-pensioen moet worden toegekend. De aanvraag is dus terecht afgewezen.

Conclusie en gevolgen

4.3.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A. Hoogenboom in tegenwoordigheid van F.M. Gerritsen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2026.

(getekend) A. Hoogenboom

(getekend) F.M. Gerritsen

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par A. Hoogenboom en présence de F.M. Gerritsen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 18 juni 2026.

(signé) A. Hoogenboom

(signé) F.M. Gerritsen

Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Algemene Ouderdomswet
Artikel 6, eerste lid
1. Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene, die nog niet de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, en
a. ingezetene is;
b. geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.
Artikel 6a, aanhef en onder a
Zo nodig in afwijking van artikel 6 en Pro de daarop berustende bepalingen:
a. wordt als verzekerde aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie;
Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
Artikel 21
1. De in artikel 13, eerste lid, van de AOW (Algemene Ouderdomswet) bedoelde korting is niet van toepassing op de voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag gelegen tijdvakken gedurende welke de echtgenote of weduwe na het bereiken van de 15-jarige leeftijd en voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet verzekerd was krachtens de voornoemde wettelijke regeling terwijl zij, gedurende haar huwelijk, op het grondgebied van het Koninkrijk Marokko woonde, voor zover deze tijdvakken overeenkomen met de door haar echtgenoot krachtens deze wettelijke regeling vervulde tijdvakken van verzekering.
(…)

Voetnoten

1.Algemene Ouderdomswet.
2.Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.