ECLI:NL:CRVB:2026:848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig onderzoek
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om hem een WIA-uitkering toe te kennen per 27 september 2021, omdat hij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Appellant stelde dat het onderzoek naar zijn fysieke beperkingen niet zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege beperkingen bij werkzaamheden boven schouderhoogte.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was omdat geen fysiek onderzoek was verricht, maar het UWV heeft dit gebrek hersteld door een spreekuur met lichamelijk onderzoek in januari 2025. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde op basis van dossieronderzoek, spreekuur en aanvullende medische informatie dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat deze ook op de datum in geding bestonden.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft de functies opnieuw beoordeeld en aangepast waar nodig, maar bleef bij de conclusie dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat de geselecteerde functies passend zijn. De Centrale Raad van Beroep volgt dit oordeel en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waardoor de weigering van de WIA-uitkering in stand blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.