ECLI:NL:CRVB:2026:847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering terecht na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante was werkzaam als horecamedewerker en ontving een Ziektewet-uitkering sinds juli 2022 wegens fysieke en mentale klachten. Het UWV beëindigde haar ZW-uitkering per 23 maart 2024, omdat zij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kan verdienen in passende functies. Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen, met name ernstige hoofdpijn en vermoeidheid, onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht. De medische stukken die appellante overlegde boden geen nieuw licht en bevestigden de hoofdpijnklachten die al waren meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Ook de arbeidskundige beoordeling werd niet betwist door appellante.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar leverde geen nieuwe medische stukken aan. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV de belastbaarheid terecht had vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend waren. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de ZW-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de ZW-uitkering van appellante terecht heeft beëindigd.