ECLI:NL:CRVB:2026:805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens ongewijzigde medische beperkingen na WIA-beoordeling
Appellante was laatstelijk werkzaam als schoonmaakster en meldde zich in juni 2020 ziek met psychische en botspierklachten. Het UWV weigerde haar in mei 2023 een WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, maar kende haar wel een WW-uitkering toe. Na een nieuwe ziekmelding in juni 2023 en medisch onderzoek in november 2023, stelde een verzekeringsarts vast dat de medische beperkingen niet waren toegenomen en dat appellante geschikt bleef voor de eerder geselecteerde functies. Daarom weigerde het UWV een Ziektewetuitkering per 19 oktober 2023.
Appellante voerde aan dat haar medische situatie was verslechterd door fibromyalgie en ernstige psychische klachten, en dat de verzekeringsarts onvoldoende rekening had gehouden met aanvullende medische informatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat de medische beoordeling zorgvuldig en volledig was, dat de klachten van appellante zijn meegewogen en dat er geen objectief bewijs is voor toegenomen beperkingen.
De Raad benadrukt dat bij een nieuwe ziekmelding na een WIA-beoordeling de weigering van een ZW-uitkering alleen kan worden gebaseerd op een beoordeling van alle geselecteerde functies en dat de medische beperkingen niet zijn toegenomen. Het hoger beroep wordt verworpen en appellante krijgt geen ZW-uitkering per 19 oktober 2023. Ook wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante per 19 oktober 2023 geen Ziektewetuitkering krijgt vanwege ongewijzigde medische beperkingen.