ECLI:NL:CRVB:2026:802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV weigerde deze toe te kennen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar en beroep stelde een verzekeringsarts een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op met beperkingen, en een arbeidsdeskundige selecteerde passende functies waarop de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 17,56%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit zorgvuldig en inhoudelijk juist was. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, veroorzaakt door een nekhernia, pijnklachten, slaapapneu en vermoeidheid, onvoldoende waren meegewogen en dat hij niet geschikt was voor de geselecteerde functies.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beoordeling zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen juist zijn vastgesteld. De arbeidsdeskundige heeft de geschiktheid van de functies voldoende gemotiveerd. De Raad bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.