Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:725

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
25/717 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 PWArt. 31 PWArt. 34 PW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor vervangingskosten huishoudelijke apparaten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden

Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de vervangingskosten van een wasmachine, koelkast en fornuis. Het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen wees deze aanvraag af omdat appellante volgens het college voor deze kosten had moeten reserveren. Appellante stelde dat zij niet had kunnen reserveren vanwege haar schuldenlast en verwees naar haar toelating tot een schuldsaneringsregeling in maart 2025.

De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond en handhaafde de afwijzing. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd overwogen dat het ontbreken van reserveringsruimte door schulden in principe geen bijzondere omstandigheid is, tenzij dit aannemelijk wordt gemaakt met concrete en verifieerbare gegevens. Appellante overlegde een schuldenoverzicht, maar dit gaf onvoldoende inzicht in de aard, het ontstaan en de aflossing van de schulden.

Daarnaast ontving appellante in de periode van augustus 2018 tot april 2023 geen bijstand en kon zij met hulp van haar kinderen in haar noodzakelijke kosten voorzien. Het enkele feit dat zij niet kon reserveren werd niet voldoende onderbouwd. De Raad concludeerde dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die bijzondere bijstand rechtvaardigen.

Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijzondere bijstand bevestigd. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.

Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor vervangingskosten wordt bevestigd omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 4 maart 2025, 24/4362 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen (college)
Datum uitspraak: 26 mei 2026

SAMENVATTING

Appellante heeft bijzondere bijstand gevraagd voor de vervangingskosten van een wasmachine, koelkast en fornuis. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat appellante voor die kosten had moeten reserveren. Appellante voert aan dat deze noodzakelijke kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, omdat zij niet heeft kunnen reserveren. Daarin krijgt zij geen gelijk.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. Y. Seyran, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft de zaak, gevoegd met zaak 24/2804 PW, behandeld op een zitting van 14 april 2026. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Seyran. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door V.A. Staat. In de zaak 24/2804 PW wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellante heeft vanaf 1998, met een korte onderbreking, bijstand ontvangen tot 16 augustus 2018, laatstelijk naar de norm voor een alleenstaande en op grond van de Participatiewet (PW).
1.2.
Sinds 3 april 2023 ontvangt appellante opnieuw bijstand naar de norm voor een alleenstaande. In de periode van 16 augustus 2018 tot 3 april 2023 hebben de kinderen van appellante in de kosten van haar levensonderhoud voorzien.
1.3.
Op 20 november 2023 heeft appellante bijzondere bijstand aangevraagd voor de vervangingskosten van een wasmachine, koelkast en fornuis.
1.4.
Met een besluit van 14 december 2023, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 23 april 2024 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag van appellante afgewezen. Aan het bestreden besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden. Hierbij heeft het college acht geslagen op de rechtspraak van de Raad waaruit volgt dat een gebrek aan reserveringsruimte als gevolg van afbetaling van schulden onder bepaalde omstandigheden een bijzondere omstandigheid kan opleveren. [1] De enkele stelling dat appellante een langere periode is onderhouden door haar kinderen is volgens het college geen bijzondere omstandigheid. Het stond appellante vrij om eerder een aanvraag om algemene bijstand in te dienen.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellante
3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat zij daartegen heeft aangevoerd, wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor de vervangingskosten van een wasmachine, koelkast en fornuis in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De wettelijke regel die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk is, is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de PW moet eerst worden beoordeeld of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte moet worden beoordeeld of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm. Op dit punt heeft de bijstandverlenende instantie een zekere beoordelingsruimte.
4.2.
Het uitgangspunt is dat een inkomen op bijstandsniveau voorziet in alle (periodiek en incidenteel) voorkomende algemeen noodzakelijke bestaanskosten. Dit zijn de bestaanskosten die kunnen worden gerekend tot een algemeen gangbaar bestedingspatroon op minimumniveau. Alleen in (individuele) bijzondere omstandigheden is dan aanvullend bijzondere bijstand nodig. Om die reden kan alleen recht op bijzondere bijstand bestaan voor zover de betrokkene door bijzondere omstandigheden wordt geconfronteerd met kosten waarin de algemene bijstandsnorm niet voorziet of met kosten waarin de norm wel voorziet maar die hij door bijzondere omstandigheden niet uit de norm kan betalen. De omstandigheid dat de betrokkene al dan niet de mogelijkheid heeft gehad te reserveren voor de kosten, is een aspect dat in laatst genoemd kader moet worden beoordeeld.
4.3.
Degene die een aanvraag doet om bijzondere bijstand moet aannemelijk maken dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor toekenning van die bijstand. Dit is vaste rechtspraak. [2]
4.4.
Tussen partijen is alleen in geschil of de vervangingskosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. In dat licht zijn partijen verdeeld over het antwoord op de vraag of appellante kon reserveren voor die kosten. Appellante heeft aangevoerd dat zij niet heeft kunnen reserveren. Appellante heeft daarbij gewezen op de hoge schuldenlast, in welk verband zij in maart 2025 is toegelaten tot een schuldsaneringsregeling. Appellante heeft in dat kader in hoger beroep een schuldenoverzicht (‘Samenvatting crediteurenlijst’) overgelegd. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden en dat de beroepsgrond van appellante dus niet slaagt. Daartoe is het volgende van belang.
4.4.1.
Uitgangspunt is dat het ontbreken van reserveringsruimte in verband met schulden geen bijzondere omstandigheid is in de zin van artikel 35, eerste lid, van de PW, maar uitzonderingen daarop zijn mogelijk. De Raad heeft dit eerder in andere uitspraken overwogen. [3] Als een aanvrager van bijzondere bijstand voor de kosten van incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke bestaanskosten, zoals duurzame gebruiksgoederen, stelt dat hij voor die kosten niet heeft kunnen reserveren door een gebrek aan reserveringsruimte in verband met schulden, zal hij dat aannemelijk moeten maken. Vervolgens moet de bijstandverlenende instantie beoordelen of dat een bijzondere omstandigheid oplevert in de zin van artikel 35, eerste lid, van de PW. Hierbij kunnen onder meer de aard en het ontstaan van de schulden een rol spelen.
4.4.2.
Appellante heeft niet aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens aannemelijk gemaakt dat zij in verband met (de aflossing van) schulden niet heeft kunnen reserveren voor de vervangingskosten waar het hier om gaat. Appellante heeft weliswaar in hoger beroep een schuldenoverzicht overgelegd, maar daaruit blijkt in een aantal gevallen niet wat de aard van de schulden is en hoe (en in sommige gevallen wanneer) de schulden zijn ontstaan en of en wanneer daarop is afbetaald. Daarbij is een deel van de schulden ontstaan in een periode waarin appellante bijstand ontving en waarbij het gaat om kosten waarin de bijstandsnorm voorziet, zoals kosten voor energie, zodat het ook om die reden niet aannemelijk is dat het hier om schulden gaat waarop de in 4.4.1 bedoelde uitzonderingen zien. Verder heeft appellante in de periode van 3 augustus 2018 tot 3 april 2023 geen bijstand aangevraagd. Appellante was in die periode in staat om, met behulp van haar kinderen, te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan. Dat zij in die periode niet heeft kunnen reserveren, heeft zij wel gesteld, maar niet verder onderbouwd. Appellante heeft aldus niet aannemelijk gemaakt dat zij niet heeft kunnen reserveren voor de vervangingskosten.

Conclusie en gevolgen

5. Uit 4.4 tot en met 4.4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor de vervangingskosten van een wasmachine, koelkast en fornuis in stand blijft.
6. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door O.L.H.W.I. Korte in tegenwoordigheid van A.T. Dannenberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2026.

(getekend) O.L.H.W.I. Korte

(getekend) A.T. Dannenberg

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regel

Participatiewet
Artikel 35, eerste lid
Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van 21 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2263.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 8 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3059.
3.Zie de uitspraak van 21 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2263.