ECLI:NL:CRVB:2026:719
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending medewerkingsverplichting ondanks mantelzorg
Appellant, die bijstand ontving, werd geconfronteerd met een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Heerlen om zijn bijstand in te trekken wegens het niet verschijnen op verplichte gesprekken op 20 en 27 januari 2023. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en de rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij mantelzorger was voor zijn ernstig zieke vader en daarom niet in staat was om op de gesprekken te verschijnen. Ter onderbouwing overhandigde hij een overzicht van de medische ingrepen en behandelingen van zijn vader. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de zorg voor zijn vader hem verhinderde om te verschijnen. Het overzicht gaf onvoldoende inzicht in de mate van verzorging die nodig was.
Daarnaast had appellant het college tijdig om uitstel kunnen verzoeken of een derde kunnen inschakelen om tijdelijk voor zijn vader te zorgen. Het niet verschijnen op de gesprekken kon hem daarom worden verweten. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens niet verschijnen op verplichte gesprekken wordt bevestigd ondanks de mantelzorgsituatie van appellant.