ECLI:NL:CRVB:2026:711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De zaak werd door de meervoudige kamer verwezen naar een enkelvoudige kamer. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het griffierecht worden betaald bij het indienen van het beroepschrift, en artikel 8:108 Awb Pro is van overeenkomstige toepassing op hoger beroep.
Appellant werd bij brief van 10 februari 2026 en opnieuw bij aangetekende brief van 13 maart 2026 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €147,- en de betalingstermijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De ontvangst van de aangetekende brief is bevestigd met een handtekening op 17 maart 2026.
Gezien het niet tijdig voldoen aan de betalingsverplichting is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.D. Streefkerk en griffier H. Alajai op 27 mei 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.