ECLI:NL:CRVB:2026:707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten en omstandigheden
Appellante heeft in 2011 een aanvraag voor een Wajong-uitkering ingediend, die door het UWV is afgewezen na onderzoek. In 2023 diende zij een nieuwe aanvraag in met aanvullende medische informatie, waaronder autisme en verslavingsproblematiek. Het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een ander oordeel rechtvaardigen.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de medische beperkingen van appellante al bekend waren en meegewogen bij de eerste aanvraag. De stoornis in het cannabisgebruik werd pas in 2016 vastgesteld en leidt niet tot toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na haar achttiende verjaardag. Ook de door appellante aangevoerde nieuwe medische informatie en het beroep op het gelijkheidsbeginsel werden niet gegrond bevonden.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het UWV zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd waarom geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.