Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een Ziektewet-uitkering na ziekmelding in juli 2023 vanwege diverse klachten. Het UWV beëindigde de uitkering per 17 oktober 2023 op basis van een medische beoordeling dat zij geschikt was voor haar laatste werk als klantenservicemedewerker. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische beperkingen haar niet verhinderen haar werk te doen, mede omdat zij thuis werkt en gebruik kan maken van een toilet en incontinentiemateriaal.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten, waaronder frequent toiletbezoek en pijnklachten, onvoldoende werden meegewogen en dat het UWV onvoldoende motiveerde waarom zij haar werk zou kunnen verrichten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de medische beoordeling juist en voldoende onderbouwd is. De klachten zijn niet medisch objectief vastgesteld als zodanig dat zij haar werk onmogelijk maken.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De beëindiging van de ZW-uitkering blijft daarmee in stand. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de ZW-uitkering terecht heeft beëindigd omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk.