Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig steigerbouwer, betwistte de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 53,14% per 3 februari 2020, stellende dat zijn medische beperkingen en de maatmanomvang onjuist waren vastgesteld. De rechtbank had het beroep tegen het bezwaar van appellant ongegrond verklaard, maar appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling door de verzekeringsarts, die beperkingen vaststelde aan het bewegingsapparaat en een indicatie gaf voor licht belastend werk. Ook de arbeidskundige beoordeling en de selectie van passende functies werden als voldoende gemotiveerd beoordeeld. Wel werd erkend dat de maatmanomvang onjuist was vastgesteld, met name de vergoeding van betaalde reisuren.
Omdat het UWV had toegezegd de maatmanomvang opnieuw te zullen vaststellen, slaagde het hoger beroep. De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het UWV op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met deze uitspraak en de nieuwe maatmanomvang. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Raad kan worden ingesteld. Het UWV moet het betaalde griffierecht aan appellant vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep slaagt, het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van deze uitspraak.