ECLI:NL:CRVB:2026:702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag duo-scootmobiel op grond van de Wmo 2015 bevestigd
Appellante, geboren in 1956 met diverse aandoeningen waaronder een aandoening van het centrale zenuwstelsel, vroeg om een duo-scootmobiel omdat zij haar scootmobiel niet meer zelf kon bedienen. Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle wees de aanvraag af, stellende dat een elektrische duwrolstoel gecombineerd met individueel taxivervoer een passende en goedkopere voorziening is.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit zorgvuldig was genomen, mede op basis van een medisch onderzoek door een BIG-geregistreerde arts. De arts concludeerde dat vervoer in een auto of rolstoeltaxi mogelijk is, ook tijdens perioden van overbeweeglijkheid, en dat het dragen van een driepuntsgordel mogelijk is zonder het implantaat in de rechterschouder te belasten.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek niet door een arts maar een ergonomisch adviseur was gedaan en dat vervoer in een auto extra risico's oplevert vanwege een aneurysma. De Raad verwierp deze stellingen, bevestigde dat het onderzoek door een arts is verricht die een aanval van overbeweeglijkheid heeft waargenomen, en oordeelde dat het college terecht de aanvraag heeft afgewezen omdat de alternatieve voorziening passend is.
De Raad vond ook geen aanleiding om nieuwe informatie van de fysiotherapeut mee te nemen, omdat deze geen andere conclusie rechtvaardigde. Het hoger beroep werd afgewezen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De aanvraag voor een duo-scootmobiel wordt afgewezen omdat een elektrische duwrolstoel met individueel taxivervoer een passende en goedkopere voorziening is.