ECLI:NL:CRVB:2026:70
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitspraak tot vervallenverklaring van eerdere uitspraak in hoger beroep sociale zekerheidsrecht
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 29 juli 2025 een uitspraak gedaan waarin de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 mei 2024 werd bevestigd. Later is echter gebleken dat appellante het hoger beroep al op 24 juli 2025 had ingetrokken, dus vóór de uitspraak van de Raad.
Appellante heeft bij brief van 12 augustus 2025 aangegeven dat bij de totstandkoming van de uitspraak van 29 juli 2025 een fundamenteel procedurevoorschrift is geschonden. Beide partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over de vraag of de uitspraak van 29 juli 2025 vervallen moet worden verklaard.
De Raad heeft geoordeeld dat de uitspraak van 29 juli 2025 niet had mogen worden gedaan en verklaart deze daarom vervallen. De beslissing is op 13 januari 2026 in het openbaar uitgesproken door P.W. van Straalen, in aanwezigheid van griffier A.H. Hagendoorn-Huls.
Uitkomst: De uitspraak van 29 juli 2025 is vervallen verklaard omdat het hoger beroep reeds was ingetrokken.