Uitspraak
12 december 2025, 24/9467 V en 19 december 2025, 24/9466 V (aangevallen uitspraken)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen twee uitspraken van de rechtbank Den Haag waarin zijn verzet tegen eerdere uitspraken was afgewezen. De rechtbank had in deze verzetsprocedures appellant de mogelijkheid geboden zijn standpunten mondeling toe te lichten tijdens zittingen, welke hij ook heeft benut.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het appèlverbod van toepassing is op uitspraken van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht, tenzij er sprake is van een evidente schending van eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen. Appellant stelde dat hij niet over het volledige dossier beschikte en zijn gronden nog wilde aanvullen, waardoor zijn recht op een eerlijk proces zou zijn geschonden.
De Raad oordeelt echter dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de verzetsrechter de procesorde heeft geschonden of dat fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden. Appellant had toegang tot de rechter en heeft van de gelegenheid tot mondelinge behandeling gebruik gemaakt. Er is geen bewijs dat hij niet over de dossiers beschikte.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het beroep zonder inhoudelijke behandeling af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het beroep af.