Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:654

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
25/2252 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:104 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd wegens appèlverbod in bestuursrechtelijke zaak

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die het verzet van appellant tegen een eerdere uitspraak behandelde. De aangevallen uitspraak betreft een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen volgens artikel 8:104, tweede lid, Awb geen hoger beroep mogelijk is.

De Centrale Raad van Beroep heeft onderzocht of er redenen zijn om het appèlverbod te doorbreken, bijvoorbeeld vanwege een evidente schending van eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces in de weg staan. De Raad concludeert dat deze uitzonderingen niet van toepassing zijn in deze zaak.

Daarom verklaart de Raad zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het zonder verdere inhoudelijke behandeling af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. Wolfrat in aanwezigheid van griffier A. Giesen en uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2026.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd wegens het appèlverbod en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
25/2252 PW
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van
4 maart 2025, 24/1882 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort (college)
Datum uitspraak: 19 mei 2026

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzet van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb.
In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Voor doorbreking van dit appèlverbod kan volgens vaste rechtspraak grond bestaan indien sprake is van evidente schending van eisen van een goede procesorde dan wel fundamentele rechtsbeginselen, zodanig dat van een eerlijk proces geen sprake is. [1]
De Raad komt tot de conclusie dat in het geval van appellant geen aanleiding bestaat voor doorbreking van het appèlverbod.
De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2026.
(getekend) M. Wolfrat
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 18 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:105.