ECLI:NL:CRVB:2026:591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvragen wegens te hoog vermogen en geen nieuwe omstandigheden
Appellant heeft twee aanvragen om bijstand ingediend die beide zijn afgewezen door het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling samenwerking de Bevelanden. De eerste aanvraag werd afgewezen omdat appellant beschikte over vermogen boven de vrij te laten grens, waaronder een onroerende zaak in Armenië en banktegoeden. De tweede aanvraag werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die recht op bijstand zouden geven.
Appellant voerde aan dat hij geen vermogen meer had sinds hij zijn deel van het onroerend goed had geschonken en dat hij een lening van zijn broer had ontvangen voor levensonderhoud. De rechtbank oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht had geoordeeld dat appellant over voldoende vermogen beschikte en dat appellant onvoldoende had aangetoond dat zijn omstandigheden waren gewijzigd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere standpunten, maar gaf geen nieuwe argumenten ondanks een regiebrief van de Raad. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens te hoog vermogen en het ontbreken van nieuwe omstandigheden.