ECLI:NL:CRVB:2026:582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV in bezwaren en proceskostenveroordeling
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV meerdere keren haar beslissing op bezwaar gewijzigd. Op 2 februari 2026 verklaarde het UWV het bezwaar van appellante alsnog gegrond, waarmee het bestuursorgaan geheel aan haar bezwaren tegemoet kwam.
Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV. De Raad heeft het verzoek behandeld zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten. De Raad oordeelde dat het UWV op grond van de Awb verplicht is de proceskosten en het betaalde griffierecht van appellante te vergoeden.
De proceskosten werden begroot op in totaal €3.269,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep, en het griffierecht op €188,-. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van deze kosten. Hiermee kwam een einde aan de procedure.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming in bezwaren.