Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:582

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
24/2039 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV in bezwaren en proceskostenveroordeling

Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Het UWV diende diverse rapporten in en nam een gewijzigde beslissing op bezwaar die aanvankelijk ongegrond werd verklaard. Na verdere bezwaren van appellante nam het UWV op 2 februari 2026 een nieuwe gewijzigde beslissing waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard.

Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV diende geen verweerschrift in. De Raad besloot de zaak zonder zitting af te doen omdat partijen geen zitting wensten.

De Raad oordeelde dat op grond van de Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in bezwaren kan worden veroordeeld in de proceskosten. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van € 3.269,- aan proceskosten en € 188,- aan griffierecht. Er werden geen kosten in bezwaar toegewezen omdat daarvoor geen bewijs was geleverd.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming in bezwaren.

Uitspraak

24/2039 WIA, 25/2590 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 30 juli 2024, 23/7127 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 13 mei 2026

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. L. Wimmenhove, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Naar aanleiding van vragen van de Raad heeft het Uwv een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep, een gewijzigde Functionele Mogelijkhedenlijst en een rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ingediend. In een gewijzigde beslissing op bezwaar van 1 december 2025 heeft het Uwv het bezwaar van appellante opnieuw ongegrond verklaard.
Appellante heeft haar bezwaren tegen de gewijzigde beslissing op bezwaar kenbaar gemaakt.
Op 2 februari 2026 heeft het Uwv opnieuw een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarin het bezwaar van appellante alsnog gegrond is verklaard.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen verweerschrift ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaken verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 2 februari 2026 geheel aan haar bezwaren tegemoet is gekomen.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.868,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 934,- per punt) en € 1.401,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift en 0,5 punt voor de reactie op de gewijzigde beslissing op bezwaar van 1 december 2025, met een waarde van € 934,- per punt), in totaal € 3.269,- voor verleende rechtsbijstand. Van voor vergoeding in aanmerking komende kosten in bezwaar is niet gebleken.
Ook dient het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.269,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 188,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door T. Dompeling, in tegenwoordigheid van S.P.A. Elzer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026.
(getekend) T. Dompeling
(getekend) S.P.A. Elzer