ECLI:NL:CRVB:2026:560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P. Loof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en WGA-vervolguitkering op 60,36%
Appellante was laatstelijk werkzaam als leidster op een peuterspeelzaal en viel in 2010 uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Het UWV kende haar een WIA-uitkering toe, die na herbeoordelingen werd aangepast. Per 1 april 2023 stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 60,36%, wat leidde tot een WGA-vervolguitkering van 55 tot 65%.
Appellante betwistte deze vaststelling en voerde aan dat zij meer beperkingen heeft dan het UWV aannam, waardoor zij de geselecteerde functies niet kan vervullen. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De rechtbank verwierp het beroep van appellante.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar leverde geen nieuwe medische informatie. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV de functionele mogelijkheden correct heeft vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee het bestreden besluit in stand bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van appellante terecht is vastgesteld op 60,36% en de WGA-vervolguitkering correct is toegekend.