ECLI:NL:CRVB:2026:54
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid en proceskostenveroordeling in WIA-zaak
Appellant betwistte de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid per 16 juni 2021 en 16 augustus 2021, omdat hij meent meer beperkingen te hebben dan aangenomen. Na een uitgebreid proces met meerdere rapporten van verzekeringsartsen, waaronder een onafhankelijke deskundige, en een arbeidsdeskundige, heeft de Raad het hoger beroep deels gegrond verklaard door het eerdere besluit te vernietigen en het gewijzigde besluit van april 2025 te bevestigen.
De medische beoordeling door de onafhankelijke deskundige werd als zorgvuldig en overtuigend beoordeeld. Deze concludeerde dat er aanvullende beperkingen zijn, maar geen volledige arbeidsongeschiktheid of urenbeperking. De arbeidskundige bevestigde dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. Appellant kon onvoldoende onderbouwen dat de beperkingen verder gingen dan vastgesteld.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, inclusief griffierecht en kosten voor het inschakelen van een deskundige. Het hoger beroep tegen het gewijzigde besluit van april 2025 werd afgewezen, waarmee de mate van arbeidsongeschiktheid definitief werd vastgesteld.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op circa 46% en het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.