Uitspraak
BESLISSING
,heeft appellante niet gesteld.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was het niet eens met het door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) vastgestelde aflossingsbedrag van €175,88 per maand voor een teruggevorderd bedrag aan aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). Na bezwaar stelde de Svb het bedrag coulancegewijs vast op €133,38 per maand. Appellante voerde aan dat dit bedrag, gelet op haar lage inkomen en stijgende kosten door inflatie, tot een kennelijk onredelijk resultaat leidt en dat de gewenningsregeling ambtshalve toegepast had moeten worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die een kennelijk onredelijk resultaat aannemelijk maken, zoals bedoeld in de Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen en beleidsregel SB1251. De Svb heeft terecht het aflossingsbedrag vastgesteld op basis van de volledige aflossingscapaciteit.
Verder bevestigt de Raad dat de Svb de gewenningsregeling niet ambtshalve toepast bij heroverweging van besluiten die dateren van voor 1 juni 2022. Appellante had de keuze om te reageren op een voorstel met twee opties, maar deed dit niet. De Svb koos uit coulance voor de gunstigere optie voor appellante. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het aflossingsbedrag van €133,38 per maand blijft gehandhaafd zonder ambtshalve toepassing van de gewenningsregeling.