Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:528

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
24/1340 PW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:26 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overlijden appellant zonder opvolging

In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard. Appellant is overleden in 2024, waardoor zijn belang bij de voortzetting van het geding is vervallen. Ondanks aankondiging in de Staatscourant hebben zich geen erfgenamen gemeld om het geding voort te zetten.

De zaak betrof een bestuursrechtelijke procedure tegen het college van burgemeester en wethouders van Den Helder. Op de zitting van 21 april 2026 verschenen geen erfgenamen en het college was niet vertegenwoordigd. De advocaat van appellant gaf aan niet op de hoogte te zijn van erfgenamen.

De Raad baseerde haar beslissing op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat geen procesbelang meer bestond, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van appellant zonder opvolging door erfgenamen.

Uitspraak

24.1340 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord Holland van 29 april 2024, 22/5037 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
wijlen [appellant] , laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Den Helder (college)
Datum uitspraak: 21 april 2026
Zitting heeft: W.F. Claessens
Griffier: A.A. Verweij
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 21 april 2026. Van de zijde van de erfgenamen van appellant is niemand ter zitting verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Namens appellant heeft mr. F.Y. Gans, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Appellant is op [datum] 2024 overleden. Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen. Mr. Gans heeft laten weten niet bekend te zijn met het bestaan van erfgenamen van appellant.
De Raad heeft, gelet op het bepaalde in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant van 24 maart 2026 [1] aangekondigd dat de behandeling van de zaak op de zitting van 21 april 2026 zal plaatsvinden. Ook na de aankondiging in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten.
Dit betekent dat er geen procesbelang meer is bij een beoordeling van het hoger beroep. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) A.A. Verweij (getekend) W.F. Claessens

Voetnoten

1.Staatscourant 2026, 11222.